Brainstormreflectie

Brainstormreflectie

 

 

Gebruik de worksheet onderaan de pagina!

 

Deze tool is gebaseerd op het werk van Jeroen Hendriksen

Brainstormreflectie geeft nieuwe invalshoeken door vrije associaties te ordenen en te zoeken naar achterliggende vragen. Deelnemers kunnen vrijuit ideeën lanceren, zonder zich meteen af te vragen of ze uitvoerbaarheid zijn, om zo tot een creatieve aanpak te komen.

Doel
Brainstormreflectie is bedoeld om
· De inbrenger nieuwe invalshoeken van zijn ervaring te leren kennen.
· De andere deelnemers te leren hun kennis, ervaring en analytisch vermogen in te zetten om een probleem of positieve ervaring (van een ander) te verhelderen.

Deze reflectietool kun je gebruiken in de volgende situatie
· De reflectiegroep telt 8 tot 20 deelnemers.
· De reflectiesessie duurt 60 tot 90 minuten.
· De deelnemers hebben een gezamenlijk referentiekader, zij werken samen, zij lopen stage of volgen naast hun baan een deeltijdstudie.
· Er is sprake van een actuele situatie (uit de beroepspraktijk), waarbij de inbrenger zowel zakelijk als emotioneel betrokken is.

Het effect
De inbrenger leert nieuwe invalshoeken van zijn situatie kennen en kan daardoor zijn gedrag veranderen. Door aanvankelijk vrijuit te denken en alle ideeën serieus te nemen, om deze vervolgens te ordenen, vergroten de overige deelnemers hun analytisch vermogen en ontwikkelen zij hun vermogen om systematisch te zoeken naar achterliggende vragen. Doordat zij actief betrokken zijn bij het onderwerp, krijgen zij beter inzicht in de verschillende aspecten van een (werk)situatie.

De spelregels
· De inbrenger legt zijn situatie uit, zonder dat hij wordt onderbroken.
· De deelnemers stellen alleen vragen ter inhoudelijke verheldering. Ze spreken geen waardeoordelen uit.
· De inbrenger bepaalt zèlf met welke inzichten hij aan de slag wil.

 

 

Stappenplan

INBRENG

Stap 1 Eén deelnemer (de inbrenger) brengt een actuele ervaring (uit zijn beroepspraktijk) in. Hij beschrijft zijn ervaring – zowel de feiten als de emoties die de situatie heeft opgeroepen. Hij geeft in één à twee zinnen de situatie weer, in één à twee zinnen wat de prikkel is en in één zin de vraag. De prikkel kan zowel een positieve ervaring als een probleem zijn.

Stap 2 De andere deelnemers stellen de inbrenger enkele open, niet-suggestieve vragen ter verheldering van de inbreng. Denk aan ‘wie, wat, waar, wanneer en hoe’-vragen.

UITVOERING

Stap 3 De deelnemers noteren hun reacties op post-its: alle associaties, interpretaties, vermoedens en aandachtspunten zijn van waarde. Let op: één opmerking per post-it, geen volzinnen of tips. De post-its worden door de deelnemers willekeurig op een flap-over geplakt. Maximaal dertig post-its in totaal.

Stap 4 De inbrenger rangschikt de reacties van de groep in vier categorieën die de begeleider van tevoren heeft uitgelegd en in kolommen genoteerd op een flap-over. De categorie anders is altijd aanwezig.

Bijvoorbeeld:
– ik, ander, omgeving, anders
of
– gedrag, actie, organisatie, anders

VARIANT De inbrenger bedenkt naast de categorie anders zelf drie categorienamen.
Deze variant kost meer tijd.

Stap 5 De reflectiegroep splitst zich op in vier subgroepen. Elke subgroep krijgt een categorie toegewezen. Vervolgens formuleert elke subgroep een vraag die achter de reacties in de betreffende categorieën had kunnen liggen. De inbrenger doet hier niet aan mee.

Stap 6 De inbrenger geeft reactie op de per categorie geformuleerde vraag van de subgroepen.

AFRONDING

Stap 7 De inbrenger blikt terug op zijn beginvraag en denkt tot slot na over de mogelijke aanpak van zijn inbreng. Wanneer de inbrenger met een duidelijk voornemen komt, moedigt de begeleider hem aan om daarover concrete afspraken te maken met een van de deelnemers.

VARIANT De inbrenger geeft expliciet aan welke kennis hij nodig heeft om zijn inbreng in een theoretische context te kunnen plaatsen. Groepsleden denken mee welke literatuur op dit onderwerp van toepassing is. Dat kan zowel eerder bestudeerde als ‘nieuwe’ theorie betreffen.

 

 

 

Anderen bekeken ook deze content

Model Lingsma en Scholten, tripleloop-leren

Model Lingsma en Scholten, tripleloop-leren       Triple loop leren is een reflectief leerproces dat bestaat uit drie stappen, die eenvoudig kunnen worden beschreven aan de hand van drie standaardvragen. De eerste stap bestaat in het stellen van de vraag: “Doe ik het goed?”, bijvoorbeeld: pas ik de regels op de juiste wijze toe? Dit is het niveau van

Posted in Modellen | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Reflectietools

Reflectietools De reflectietools sturen het proces, dagen uit en prikkelen de deelnemers om hun denkkaders te vergroten. De negen tools worden geïntroduceerd aan de hand van praktische en levendige voorbeelden. Tussen deze voorbeelden staan de stappen en de rol van de begeleider beschreven.             Wil je meer weten? of het boek kopen? Klik op de

Posted in Boeken | Tagged , , , , | Leave a comment

Leave a Reply

Gert Jan Schop

Reflecteren is een krachtig instrument om het effect van leerprocessen en veranderprocessen (sterk) te vergroten. Reflecteren gaat veel verder dan evalueren. In mijn werk gebruik ik regelmatig reflectiemethodieken. Op deze site deel ik graag methodieken, tools, artikelen e.d.. Doe er je voordeel mee!

Wat kan ik voor je betekenen?

Als adviseur, organisatiecoach en facilitator ondersteun en begeleid ik jou en/of je organisatie graag bij het leren, ontwikkelen, veranderen en implementeren. Reflectie en intervisie kan dan als tooling worden ingezet. Contact? Stuur een mail naar info@reflectiesite.nl.